“WOORDEN AAN HET WERK”
(media-artikel uit 2004)

In onze begeleiding van werknemers met burnout hebben wij bij velen van hen een opvallend gebruik van een aantal werkwoorden waargenomen. Deze werkwoorden hebben een emotionele lading die in het burnout-proces een sterke aandrijvende werking hebben. Door in de begeleiding hier aandacht aan te besteden en de werknemer bewust te laten kiezen uit alternatieve werkwoorden kan deze aandrijvende werking worden afgeremd.
Hierdoor ontstaat ruimte voor andere relevante levensgebieden die lange tijd de aandacht van de werknemer hebben moeten ontberen.

Clusters van werkwoorden
De volgende 3 relevante clusters van werkwoorden in het burnout-proces hebben wij vastgesteld:

  • moeten, willen en kunnen
  • doen en laten
  • worden en zijn
  • In onze begeleidingen laten wij onze cliënten wel eens op zoek gaan naar voor hun belangrijke werkwoorden in hun arbeidsproces of leggen wij onze cliënten deze woorden voor. Wij vragen hen vervolgens per cluster in te schatten welke werkwoorden relatief veel door hen gebruikt worden in hun gedachtenwereld. Uit de verkregen inschattingen blijkt het volgende:

  • “moeten” is de grote kampioen onder deze “woorden aan het werk”.
    Hier wordt vaak een relevantie-percentage van 70% of meer aan gekoppeld.
  • “willen” is dan op lange afstand tweede met 20-30%.
  • “kunnen” volgt als laatste en krijgt met wat geluk nog 5-10%, of niets!
  • “doen“ verslaat “laten” zonder uitzondering in een verhouding van 80-20%
  • “worden” is waar een groot gedeelte van de gedachtenwereld om draait;
  • “zijn” doet er minder toe.
  • Met onze cliënten gaan wij vervolgens hiermee aan de slag. In de onderstaande bespreking worden een aantal terugkerende thema’s hierin besproken.

    “moeten”, “willen” en “kunnen”
    Moeten is de grote kampioen! Het diep ingedrukte gaspedaal in onze gedachtenwereld die ons aanspoort tot grote prestaties. Als onze baas zegt dat het moet…… dan gebeurt het ook! Wanneer onze  werkbelasting in evenwicht is met onze belastbaarheid geeft dit op zich geen problemen. Maar wanneer de belasting onze belastbaarheid gaat overschrijden, vindt er een langzame uitholling van onze gezondheid plaats. Psychisch en/of fysiek. We werken over onze grenzen heen en gaan door tot we er letterlijk bij neervallen. Of in beeldspraak: we geven steeds meer gas en gaan door tot we in de vangrail hangen. Het belangrijke punt is dat “moeten” geen keuzevrijheid kent en daarmee dwang inhoudt. Dit ligt duidelijk anders voor “willen” waar wel keuzes gemaakt worden. “Wat wil ik?”. Voor de werknemer met burnout, die dus per definitie arbeidsongeschikt is, draait het vooral om “kunnen” of beter gezegd om “niet kunnen”. Omdat hij/zij ingesteld is op moeten, doen en worden valt het “niet kunnen” erg zwaar. Er ontstaat een innerlijke strijd met veel zelfveroordeling, minderwaardgevoelens en schuld- en schaamtegevoelens. Wanneer door de begeleiding “kunnen” voorop komt te staan (“Wat kan ik?”), daarna gevolgd door “willen” (“Wat wil ik, in de ruimte die “kunnen” mij aangeeft”), heeft “moeten” niet zo veel meer te zeggen. Zo ontstaat vrijheid, daar waar eerst dwang bestond. Deze verandering is moeilijk, maar naar onze mening absoluut noodzakelijk om tot herstel te komen. Hoopvol hierin is dat de arbeidsproductiviteit weer normaal kan worden. Er worden echter nu door het nieuwe inzicht duidelijker keuzes gemaakt en andere prioriteiten gesteld.

    “doen” en “laten”“
    Wanneer je “doet” ben je zinvol, wanneer je “laat” ben je lui of ontloop je je verantwoordelijkheid”. Zo luidt de diepgewortelde overtuiging in onze op productiviteit gerichte samenleving. Dat “laten” in nogal wat gevallen verstandiger en/of wijzer is wordt ons niet aangeleerd. Dat onze gezondheid door al dat “doen” verzwakt omdat we tot onvoldoende ontspanning en herstel komen, begint nu langzamerhand door te dringen. Wanneer je bewust kiest tussen “doen” en “laten” en daarbij “kunnen” en “willen” betrekt, dan kom je nogal eens tot andere keuzes. De consequenties van het een en ander worden afgewogen en zo komt het vaker tot gezondere keuzes leert onze ervaring.

    “worden” en“zijn”
    In het westen zijn wij verschrikkelijk ambitieus. Als we op ons werk promotie kunnen maken zullen de meesten daar “ja” tegen zeggen. Werknemers staan helaas echter onvoldoende stil bij de consequenties van een promotie. Zo wordt ook in sollicitatiegesprekken maar beperkt de waarheid gesproken. We doen ons beter voor dan we “zijn”. Eigenlijk vertellen we vaak onze potentiële werkgever hetgene wat we graag willen “worden”. De verwachting wordt daarmee hoger gestemd dan wat we eigenlijk kunnen bieden. Dit is natuurlijk koren op de molen van “moeten”, die zal er wel voor zal zorgen dat de achterstand wordt ingehaald.

    De culturele context
    Als onze overtuiging luidt: “Ik moet doen om te worden”, dan zijn een paar belangrijke ingrediënten voor een burnout aanwezig. Hoe anders klinkt: “Ik wil laten om te zijn”. Deze overtuiging klinkt bijna als een meditatie, zoals in het Verre Oosten veel wordt beoefend. Daar draait het inderdaad om te “laten” en te “zijn” in volle omvang. Waar de aandacht in het Westen sterk op de “buitenwereld” is gericht, zo richt het Oosten zich vooral op de “binnenwereld”. Maar…..alles heeft een prijs! Zo kennen we in Nederland een hoge welvaart, maar ook bijna 1 miljoen WAO-ers. De meesten ten gevolge van psychische en psychosomatische aandoeningen. En zo kent het Verre Oosten veel armoede, ondervoeding, slechte gezondheid en een kortere levensverwachting. Natuurlijk gaat het hier om het midden. Dat in Nederland in toenemende mate oosterse religies, gebruiken, meditatiewijzen ed. in belangstelling staan, is verheugend. Het lichaamsbewustzijn groeit hierdoor en vroege signalen van overbelasting worden zo eerder herkend. Gedragsverandering kan dan volgen. Maar ook in het oosten zit men niet stil. In een hoog tempo is men daar bezig met een economische inhaalslag en stijgt de welvaart. Kijk maar eens naar China.

    Wat kan ik hiermee?
    Oefen eens de simpele gedachten-oefening door het werkwoord “moeten” te vervangen door “willen” of “kunnen” en kijk dan maar eens hoe de nieuw gevormde zin aanvoelt. Bijvoorbeeld in het volgende gesprekje: “Waar ga jij naar toe?” “Oh, ik moet naar mijn werk“. Als je daar van maakt: “Ik wil naar mijn werk.” kan dan anders aanvoelen. Vaak volgt dan de vraag: “Wil ik wel naar werk?” Zo kunnen bijvoorbeeld eerste tekenen van demotivatie worden waargenomen. Of ga eens op zoek naar jouw overtuigingen in relatie tot werken. Moet je vooral werken of wil je graag je werk doen? Maak jij wel keuzes in welk werk je doet en welk werk je laat? Of volg je gewoon wat je leidinggevende zegt wat je moet doen en maak je niet zelf je keuzes? Wat denk je? Makkelijk praten. Probeer het eens uit, velen zijn je voorgegaan in een veranderd gebruik van werkwoorden. Ze kregen weer grip op hun leven. Ook kregen ze weer ruimte om keuzes te maken en daarin te bepalen wat ze nu echt wilden. Laat de woorden voor jou werken en je leven in werk en privé kan weer een balans vinden.

    InnerSite - logo
    InnerSite - banner