InnerSite - banner
InnerSite - logo

DE NIEUWE WAO: WIA met de 2 onderdelen WGA en IVA.

Op 1 januari 2006 wordt de WAO vervangen door de WIA, de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen. In het nieuwe WAO - stelsel staat werk voorop. De nadruk ligt op arbeidsgeschiktheid in plaats van arbeidsongeschiktheid. Werkgevers en werknemers worden door financiėle prikkels gestimuleerd er alles aan te doen gedeeltelijk arbeidsgeschikten aan het werk te houden. De wet bestaat uit twee delen: De Regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). Het stelsel geldt voor werknemers die ziek zijn geworden op of na 1 januari 2004. Voor bestaande WAO-ers blijft de huidige regeling gehandhaafd.
 

Regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)
Werknemers die volledig arbeidsongeschikt zijn en geen of een geringe kans op herstel hebben, krijgen recht op een uitkering op grond van de regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. Mensen met een geringe kans op herstel worden over een periode van vijf jaar jaarlijks herbeoordeeld. De uitkering bedraagt 70 procent van het laatstverdiende loon. Daarmee vervalt het WAO-gat of WAO-hiaat.

Het kabinet hoopt met het nieuwe arbeidsongeschiktheidsstelsel de instroom in de IVA te beperken tot maximaal 25.000 per jaar. Als dit lukt en de loondoorbetaling in de eerste twee ziektejaren blijft beperkt tot 70%, dan zal de uitkering voor volledig arbeidsongeschikten worden verhoogd met 5 procent. Voor de IVA wordt dan ook de Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsregelingen (Pemba) afgeschaft.


Regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)
De WGA geldt voor werknemers die na twee jaar ziekte tenminste 35%, maar niet volledig duurzaam, arbeidsongeschikt zijn.

Eerst bestaat er recht op een loongerelateerde uitkering. De duur van deze uitkering is, net als bij de WW, afhankelijk van arbeidsverleden en varieert van een half tot vijf jaar. De hoogte van deze uitkering is 70 procent van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris.

Na de loongerelateerde periode hebben gedeeltelijk arbeidsgeschikte werkenden recht op een loonaanvulling als ze minimaal 50 procent van de resterende verdiencapaciteit invullen.
De hoogte van deze loonaanvulling is 70 procent van het verschil tussen het oude salaris en het salaris bij volledige benutting van de resterende verdiencapaciteit.
Gedeeltelijk arbeidsgeschikten die niet werken of die minder dan 50 procent van de resterende verdiencapaciteit invullen, krijgen een uitkering van 70 procent van het minimumloon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage.

De aanvulling na de loongerelateerde uitkering duurt tot iemand 65 jaar wordt.

Bij een (gezins)inkomen lager dan het sociaal minimum kan de gedeeltelijk arbeidsgeschikte naast de loongerelateerde uitkering, WGA-vervolguitkering of loonaanvulling nog aanspraak maken op een aanvulling tot het voor hem geldende sociale minimum.

Door deze regeling is het altijd financieel lonend om (meer) te werken.

Gedeeltelijk arbeidsongeschikten met een loonverlies van minder dan 35 procent krijgen geen uitkering. Zij blijven in dienst van de werkgever en maken afspraken met de werkgever over aanpassing van het arbeidscontract.

Extra Garantieregeling Beroepsrisico“s
Of werkgevers verplicht worden voor hun werknemers een verzekering af te sluiten die de loonschade dekt als deze het gevolg is van een arbeidsongeval of beroepsziekte, heeft het kabinet nog niet beslist.

Financiering en uitvoering
Werkgevers krijgen de keuze het risico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van hun werknemers de eerste tien jaar zelf te dragen of onder te brengen bij een private verzekeraar of bij UWV.
De verdeling van de lasten van de WGA tussen werkgevers en werknemers wordt voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid. Het resultaat hiervan neemt het kabinet over.


(Bron: Loyalis)